Geplaatst op Geef een reactie

Proeven

Proeven

Hoeveel kan een mens proeven?

Jeff Westacott

Beste wijnvrienden,

Sinds het begin van mijn wijnbestaan vraag ik mezelf af hoe veel de smaakpapillen kunnen verdragen op een dag. De eerste overzichtsproeverijen had ik het idee dat mijn tong tot driemaal de normale omvang was toegenomen. Vele wijnen werden er geproefd en met alle soorten moest kennisgemaakt worden. “Jeff, proef dit eens en wat denk je van de Franse Pinot Noir vergeleken met die uit de nieuwe wereld?”. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het een complete waas werd waarin ik de smaken van top Bourgogne niet van instap Merlot kon onderscheiden.

 

Nu vele jaren later gaat het een stuk beter, vele duizenden wijnen hebben mijn smaakpapillen gepasseerd en de wijnen houd ik een stuk langer uit elkaar. Maar dan nog, het zijn er niet meer dan tachtig per dag. Nu zie en hoor ik proeverijen langskomen waar er honderden wijnen op een dag worden geproefd. Ook heb ik gehoord van een proeverij waar een grote Nederlandse inkoper bepaalde welke Malbec aan het assortiment werd toegevoegd. Honderdvijftig Malbecs op een rij. “Dat is te veel!” Merkte een proever op. “Wat is dit nou? Je bent toch een professional?” was de reactie.

“Quote om je te prikkelen om verder te lezen.”

Wanneer ik me een voorstelling maak van het moment dat zo’n proefdag zijn einde nadert dan moet het gruwelijk zijn. Bezwete hoofden van roodgloeiende proevers die van ellende niet weten waar ze het zoeken moeten. Knappende tongblaasjes en exploderende smaakpapillen. De magen staan op ontploffen van de hoeveelheden weggewerkte crackers en stokbrood. De tong zo opgezwollen dat ademen fysiek haast onmogelijk is geworden en de kelen zo verzuurd dat de dagen daarna alleen nog zuivere bloemenhoning naar binnen gegoten kan worden. Dit is geen proeverij meer, dit is oorlog!

Na deze overpeinzingen valt opeens alles samen. Het is onmogelijk om op een dag alles op dezelfde manier te proeven zonder dat er een vorm van verzadiging bij komt kijken. Dat hebben ze ook in de gaten bij de grote proeverijen waar er prijzen te verdelen zijn. De oplossing? De medailles brons, zilver en goud anders verdelen! Niet de nummers 1, 2 en 3 vallen in de prijzen. Maar iedere wijn die 90+ punten scoort krijgt goud, 85-89 punten dan krijg je zilver en scoor je 80-85? Brons. Dan vallen van de 500 ingezonden wijnen er tenminste 480 in de prijzen. Een stuk eerlijker. De flessen wijn kunnen worden beplakt met een mooie medaille, de proevers zijn tevreden want er zijn toch een flink aantal wijnen geproefd. En de consument denkt een goede aankoop te hebben omdat de wijn toch “een zilveren medaille” heeft gescoord. Iedereen blij!

Dan wil ik, beste wijnvriend(in), graag eindigen met een smeekbede. Wijn is een prachtig product. Die bijzondere fles die al een tijdje op een mooi moment wacht, open die met een flinke plop. Schenk een groot glas in tot een flink stuk voorbij de bolling en geniet ervan. Laat wijn alsjeblieft lekker wijn zijn. De opsmuk kan achterwege blijven.

 

 

Geplaatst op Geef een reactie

Champagne

Champagne

Hoe lang kan een wijnhuis een verkeerde koers varen op zijn goede naam?

Jeff Westacott

Op sociale media zie je het dagelijks voorbij komen, “Champagne life”.  De kurken van flessen Ruinart, Dom Perignon, Veuve, Moët&Chandon schieten je om de oren en met een beetje pech wordt je nog geraakt ook. Want als iedereen het drinkt dan moet het wel goed zijn!

Op een zweterige proeverij waar een overzicht te proeven was van een stuk of 80 grote champagnes ben ik ook beschoten door een veelvoud aan kurken. Stuk voor stuk vielen de Champagnes van 50+ euro door de mand. Combineer dat met de tenenkrommende arrogantie van bepaalde schenkers en je hebt een kutmiddag. Hoe kan het dat de Champagnes waar je zo veel over leest, met een prachtige geschiedenis, zo door de mand vallen met een arrogantie alsof het door engelen zelf is gemaakt.

“Hè je het geheurd? Sins die nieuwe wijnmakert van Ruinart git ut herd achteruut met dà huus.”

Op de proeverij ging het ook rond. “Hè je het geheurd? Sins die nieuwe wijnmakert van Ruinart git ut herd achteruut met dà huus.” Zouden ze in Nijmegen zeggen. Dus oude mooie huizen brengen Champagnes op de markt van een duidelijk mindere kwaliteit voor dezelfde prijs. Dat is raar. Het rare is dat het nog steeds blijft verkopen op de naam. Wanneer er een nieuwe Chef komt te werken in je favoriete restaurant en die bakt er niks van, dan zoek je ook naar een nieuw favoriet restaurant.

Niet getreurd beste liefhebber. Hier komt een welgemeend advies van de Wijnromein. De kleine champagnehuizen zijn de tegenwoordige fakkeldragers van het gebied. Het wordt niet goedkoper, maar de koop wordt beter. Voor een euro of 35 heb je al een karakteristieke Champagne die je op een bijzondere manier kennis laat maken met het gebied. Voor een lagere drempel hoef je geen zoetere bubbelwijn te drinken. Drink een wijn met een groot deel Pinot Meunier erin verwerkt. Lekker zacht, fruitig, iets kruidig en een plezierige bubbel. Het geld laten rollen kan ook via een klein Champagnehuis. Voor 150 euro heb je een champagne die 12 jaar heeft liggen rusten op zijn dode gistcellen. Na die 12 jaar blaast hij je nog omver met de frivole zuurgraad, stevig steenfruit en een complexiteit waar de lokale geschiedenis een puntje aan kan zuigen.

Dit wordt de nieuwe “Champagne life”.